Ambassadeursoorten van Zuidplas

Gemeente Zuidplas werkt aan het versterken van de biodiversiteit met behulp van 11 ambassadeursoorten. Deze dieren zijn gekozen omdat zij elk staan voor een specifiek natuurtype, zoals bomenrijen, graslanden, wateroevers of groene gebouwen. Wanneer het goed met deze ambassadeursoorten is het een teken dat de natuur in de leefomgeving gezond is. De ambassadeursoorten zijn hierdoor een graadmeter voor de kwaliteit van de natuur in de gemeente.
De ambassadeursoorten maken biodiversiteit ook zichtbaar en herkenbaar voor inwoners, ontwikkelaars en organisaties. Ze helpen om abstracte ecologische doelen te vertalen naar concrete maatregelen in bouwopgaven en gebiedsontwikkelingen. Denk aan het planten van bloemrijke bermen, het aanleggen van natuurvriendelijke oevers of het ophangen van nestkasten aan gebouwen. Door geschikte leefomgevingen te creëren voor deze soorten ontstaat een sterkere en meer diverse natuur in en rondom de dorpen van Zuidplas.
Weidehommel, glassnijder en steenuil

Op het eerste gezicht lijken de weidehommel, de glassnijder en de steenuil weinig met elkaar gemeen te hebben. De één zoemt van bloem naar bloem, de ander vliegt boven het water en de laatste jaagt in de schemering. Toch hebben deze drie ambassadeursoorten van Zuidplas iets belangrijks gemeen; ze laten zien hoe gezond onze natuur is. Alle drie hebben ze een geschikte leefomgeving nodig om te kunnen overleven. De weidehommel houdt van bloemrijke bermen en graslanden, de glassnijder leeft bij schoon water met veel waterplanten en de steenuil voelt zich thuis in een landschap met bomen, graslanden en erven. Als deze soorten voldoende voedsel, schuilplekken en ruimte vinden, is het een goed leefgebied voor hen en profiteren ook veel andere planten en dieren daarvan.
Hieronder leest u meer over deze drie soorten:
De weidehommel
De weidehommel is een belangrijke bestuiver van bloemen en gewassen. Tijdens het zoeken naar nectar en stuifmeel zorgt zij ervoor dat planten zich kunnen voortplanten. Daarmee speelt zij een belangrijke rol in de natuur én in onze voedselvoorziening.
Wist u dat weidehommels al vliegen bij lage buitentemperaturen, terwijl veel andere insecten nog liever binnen blijven schuilen? De weidehommel kan haar vliegspieren namelijk heel hard laten trillen om zichzelf op te warmen op koude dagen. Dezelfde trillingen gebruikt zij ook om stuifmeel los te schudden uit bloemen, en als u goed luistert, kunt u dit zelfs horen.
De weidehommel heeft een relatief korte tong. Om bij de nectar van bloemen te komen, maakt zij soms slim gebruik van gaatjes die andere insecten al in de bloem hebben gemaakt. Best slim, toch?!
Een hommelnest bestaat uit één koningin en tientallen werksters. Pas later in het voorjaar of in de vroege zomer worden nieuwe koninginnen en mannetjes geboren.
De glassnijder
Libellen behoren tot de oudste insecten ter wereld. Hun voorouders vlogen al meer dan 300 miljoen jaar geleden rond. De glassnijder is een bijzondere libel die leeft bij schoon en rustig water en is herkenbaar aan zijn snelle, lage vlieggedrag langs het riet.
De glassnijder, is bekend om zijn achterlijf en vooral het borststuk dat opvallend donzig behaard is binnen zijn familie. Een groot voordeel van zo’n behaard lichaam is dat het helpt om warm te blijven als ze vanuit hun larve in het frisse voorjaar komen. Voordat de glassnijder door de lucht vliegt, leeft hij eerst twee tot drie jaar als larve onder water. Pas daarna kruipt hij uit het water en verandert in een volwassen libel.
De glassnijder leeft vooral in water met veel planten en relatief helder water. Daarom is de aanwezigheid meestal een positief teken voor de kwaliteit van het leefgebied!
De steenuil
De steenuil is de kleinste uil van Nederland. Hij is ongeveer even groot als een merel, maar lijkt door zijn dikke verenpak iets groter. Veel uilen zijn vooral ’s nachts actief. De steenuil is niet alleen ’s nachts actief, ook overdag is hij soms te zien. Bij mooie dagen nemen ze zelfs graag een zonnebad!
Steenuilen gebruiken oude knotwilgen, boomholtes en gebouwen als nestplaats. Ze blijven vaak jarenlang in hetzelfde gebied en zijn trouw aan hun partner. Hun bekende ‘roep’ klinkt als een kort, klagend geluid. De steenuil helpt mee aan de natuurlijke balans in het landschap. Hij eet onder andere insecten, kleine zoogdieren, amfibieën en soms kleine vogels. Daarmee helpt hij om plagen op een natuurlijke manier onder controle te houden.
Wat kunt u doen?
Ook in uw eigen tuin of buurt kunt u helpen om het leefgebied van deze soorten te verbeteren. Hieronder een aantal tips:
Voor de weidehommel
- Plant inheemse bloemen die bloeien van het voorjaar tot het najaar
- Maai een deel van de tuin minder vaak
- Gebruik geen chemische bestrijdingsmiddelen.
Voor de glassnijder
- Zorg voor een natuurvriendelijke vijver met waterplanten
- Laat oevers zoveel mogelijk groen en natuurlijk
- Gooi geen afval in de bermen en langs de sloten
Voor de steenuil
- Behoud (oude) bomen, knotwilgen en groene erfbeplanting als dit lukt
- Laat een stukje grasland of ruige hoek in de tuin groeien
- Zorg voor voldoende rust, misschien spot u dan wel de deze uil.
De weidehommel, de glassnijder en de steenuil zijn niet voor niets ambassadeurs van Zuidplas. Zij laten zien hoe belangrijk bloemen, schoon water en een groen landschap zijn voor de biodiversiteit in onze gemeente. Door deze soorten te helpen, maken we Zuidplas ook aantrekkelijker voor veel andere planten en dieren. Helpt u ook mee? Samen duurzaam doen!
Rosse vleermuis en de gewone vleermuis
Wanneer de avond valt en de zon ondergaat, worden ze actief: de rosse vleermuis en de gewone dwergvleermuis. Hoewel u deze kleine zoogdieren niet altijd ziet, spelen ze een belangrijke rol in de leefomgeving van Zuidplas.
Als echte insectenjagers houden beide soorten het aantal muggen, motten en andere insecten in de wijk op een natuurlijke manier in balans. Iedere soort doet dit op zijn eigen manier. De gewone dwergvleermuis heeft zich goed aangepast aan de menselijke omgeving. Ze gebruiken bebouwing om te verblijven en zich voort te planten. De rosse vleermuis schuilt juist liever in oude bomen. Als beide vleermuizen voorkomen in de woonwijken, is dat een teken van een gezonde afwisseling tussen bebouwing en een groene leefomgeving.
De rosse vleermuis
De rosse vleermuis is één van de grootste vleermuizen van West-Europa. Deze indrukwekkende jager vliegt met snelheden tot zelfs 50 kilometer per uur op grote hoogte boven bomen, parken en waterpartijen.
In tegenstelling tot de meeste Nederlandse vleermuizen, jaagt de rosse vleermuis vaak al tijdens de vroege schemering. Soms kan je hem zelfs al voor zonsondergang spotten! Hij eet dan graag insecten, zoals muggen, kevers en nachtvlinders. Op deze manier helpt de rosse vleermuis op een natuurlijke manier om de insectenpopulaties in de wijk in evenwicht te houden.
Bij voorkeur rust de rosse vleermuis overdag in boomholtes van oude bomen. Daarom is het behoud van oude bomen in onze gemeente erg belangrijk voor deze beschermde soort. Ook in de winter blijft de rosse vleermuis in Nederland. Zij krijgen dan ‘bezoek’ van soortgenoten uit Scandinavië die in Nederland overwinteren. Ze kruipen dan dicht op elkaar in de holle bomen om elkaar warm te houden.
De gewone dwergvleermuis
De gewone dwergvleermuis is een van de kleinste en meest voorkomende vleermuis van Nederland. Hij is ongeveer even groot als een menselijke duim en past zelfs in een luciferdoosje. De gewone dwergvleermuis heeft zich goed aangepast aan het leven tussen de mensen. Zo gebruikt hij spouwmuren, dakranden en ruimtes onder dakpannen als verblijfplaats.
Ondanks zijn kleine formaat levert hij een grote bijdrage aan de biodiversiteit. Deze insectenvanger is dol op kleine muggen en kan per nacht wel enkele duizenden muggen opeten! Om in het donker te vliegen en jagen, maakt hij gebruik van echolocatie. Daarvoor zendt hij constant hoge geluidjes uit die voor mensen niet hoorbaar zijn. Door de weerkaatsing van dit geluid op te vangen, weet hij in het donker toch precies waar bomen, gebouwen en insecten zich bevinden.
Tijdens de winter blijft de gewone dwergvleermuis in onze gemeente. Ze overwinteren in groepen in gebouwen, bruggen en vleermuiskasten. Omdat gebouwen belangrijk zijn voor deze soort, helpt natuurinclusief bouwen deze soort enorm. Denk hierbij aan het inbouwen van speciale vleermuisstenen in de gevel bij nieuwbouw of renovatie.
De rosse vleermuis en de gewone dwergvleermuis zijn allebei afhankelijk van een groene en gezonde leefomgeving. Ze hebben veilige rustplaatsen nodig, voldoende insecten om van te leven en donkere routes om zich te verplaatsen. Hun aanwezigheid laat zien dat een gebied voldoende natuurwaarde heeft. Door vleermuizen te beschermen, helpen we ook veel andere planten- en diersoorten in onze gemeente!
Wat kunt u doen?
Ook u als inwoners van Zuidplas kan helpen om de leefomgeving van de vleermuizen aantrekkelijk te maken. Dit doet u op deze manier:
Zorg voor meer insecten
- Plant inheemse bloemen en struiken;
- Laat een deel van de tuin natuurlijk groeien;
- Gebruik zo min mogelijk bestrijdingsmiddelen.
Geef vleermuizen een plek om te rusten
- Hang een vleermuiskast op aan uw woning of aan een boom in uw tuin;
- Behoud oude bomen waar dat mogelijk is;
- Houd bij verbouwingen rekening met verblijfplaatsen van vleermuizen.
Houd de nacht donker
- Gebruik buitenverlichting alleen als het nodig is;
- Richt lampen naar beneden en voorkom onnodig licht in bomen en groenstroken.
De rosse vleermuis en de gewone dwergvleermuis laten zien hoe belangrijk groen, oude bomen, gebouwen en een insectenrijke omgeving zijn. Door ruimte te maken voor deze nachtelijke ambassadeurs, helpen we de vleermuizen en versterken we de biodiversiteit in heel Zuidplas.